Handstand in de yogales

In de media las ik een artikel over de toegenomen populariteit van yoga en hoe het beoefenen hiervan steeds meer aan het verworden is tot een sport: hippe yogascholen, flitsende yoga-outfits en het ontwikkelen van sterke spieren en conditie zijn het doel. Ik voelde mezelf tijdens het lezen instemmend knikken, herkende deze trend ook bij mijn eigen yogaschool. Ondanks de inspirerende tekst die daar op het toilet hangt (het doel van yoga is niet de handstand of een perfecte uitvoering van de ‘ocean breathe’, maar het gebruiken van de poses en je ademhaling om te komen bij diepere lagen van jezelf), zag ik ook daar dat yoga steeds meer als sport werd beoefend.

Met de hernieuwde overtuiging dat ik yoga puur voor mezelf doe en er niets prestatiegerichts aan koppel want-alles-wat-ik-doe-is-goed, leg ik een dag later mijn matje neer tussen een groep meiden waarvan ik het gevoel heb dat ze qua leeftijd allemaal mijn dochter kunnen zijn. Een klein 'o jee als ik maar mee kom' golfje is de eerste rimpeling in mijn hernieuwde overtuiging en wanneer ik als eerste op mijn hoofd sta, handen onder mijn schouders zet en vervolgens mijn knieën op mijn ellebogen laat steunen (don’t try this at home) is mijn enige gedachte: ‘beat you all girls...'. Weg op zoek naar de diepere lagen in mijzelf of focus op mijn eigen lichaam. Volledig gericht op de omgeving en op hoe-doen-de-anderen-het of beter: hoe-doen-de-anderen-het-niet voer ik deze oefening uit.

Het duurt even voordat de rest van de groep de pose heeft aangenomen en intussen begint de oefening dan toch zijn werk te doen. Want terwijl ik de wereld ondersteboven observeer, word ik me bewust van de snelheid waarmee ik mijn eigen doel heb losgelaten. Geheel in yogastijl besluit ik dat de situatie op dat moment is wat ie is, dat ik denk wat ik denk en dat ik daar van een afstand naar kan kijken zonder dat ik er gelijk iets aan moet veranderen. Of zoals op het andere yogatoilet hangt: breathe in, breathe out, and repeat.